Wetenswaardigheden over de Nederlandse

Schoonheidspostduif.

 


Nederlandse Schoonheidspostduif mijnduiven 

Voor het oog van de leek is er weinig verschil tussen een gewone postduif en een Nederlandse Schoonheidspostduif. De postduif als vliegras is een Belgische creatie en als zodanig in het beging van de 19e eeuw in België ontstaan. Tal van sierduivenrassen zoals Meeuwen, Kroppers, Tuimelaars, Carriers, Luikse Barbetten en nog vele andere rassen hebben aan de vorming bijgedragen. Pas rond het beging van de vorige eeuw kreeg de vliegpostduif, zoals we die nu kennen, zijn definitieve vorm. Van eenheid in uiterlijk was er toen nog geen sprake. Voor een postduif is het vermogen om zo snel mogelijk zijn hok terug te vinden natuurlijk het belangrijkste. Toch leefde bij tal van fokkers het verlangen om “goed en mooi” te combineren. In 1925 werd er door de postduivenhouders een rasstandaard ontworpen. Met de oprichting van de standaardcommissie door de N.B.S. (Nederlandse Bond van Sierduivenfokkersverenigingen) in 1947 veranderde de situatie. Men besloot dat de Nederlandse Schoonheidspostduif uitsluitend als tentoonstellingsras moest worden beoordeeld. De toen ontworpen standaard was een degelijk stuk werk dat in haast 60 jaar sindsdien nauwelijks aanpassing behoefde. Achteraf kunnen we alleen maar dankbaar zijn dat destijds niet is gekozen voor een extreme kopbelijning. Zonder overdrijving kan hier worden gesteld dat de Nederlandse Schoonheidspostduif in vitaliteit en vruchtbaarheid als voorbeeld van alle schoonheidspostduiven kan dienen. Wie nu denkt dat men met dit ras aan de lopende band prijswinnende dieren kan fokken, komt toch bedrogen uit. De eisen die gesteld worden zijn dermate hoog dat zelfs de kleinste afwijking van het ideaalbeeld tot lagere predicaten leiden. De Delbar vliegpostduif, een creatie van de Belg Maurice Delbar, die een succesvol fondvlieger was van kort na de 2e wereldoorlog, heeft een grote bijdrage geleverd aan het huidige model van de schoonheidspostduif. Zijn duiven blonken uit door hum merendeel lichtblauwe kleur waarbij nogal eens witpennen voorkwamen. Ook vielen de fraai belijden koppen op en het krachtige volle en korte type.

Interpretatie van de standaard
De Nederlandse Schoonheidspostduif behoort tot de vormduiven en moet voor alles type en stand vertonen. Bij het beoordelen van type en stand letten we (nog) niet op onderdelen, maar gaat het om de totale indruk. Een echte fraaie Nederlandse Schoonheidspostduif is veel meer dan een optelling van bepaalde maten en verhoudingen, het moet een esthetisch geheel zijn, waarvan iedere beschouwer meteen onder de indruk komt. Maar net zoals foto's en schilderijen aan bepaalde compositiewetten gebonden zijn, zo moet ook de de Nederlandse Schoonheidspostduif aan bepaalde, in de standaard omschreven, eisen voldoen om dat gewenste beeld te kunnen vertonen.
In de standaard wordt het type (de lichaamsbouw) omschreven als fors en kort gebouwd. Die gevraagde forsheid mag niet ontaarden in grof of lomp. De grootte van een flinke postduif is voor een Nederlandse Schoonheidspostduif precies goed. Wat we willen, zijn duiven met een volle, brede en diepe borst die overgaat in een goed gevulde buik. Borst en buik moeten royaal voor en onder de vleugelbogen uitkomen. Van de voorkant bezien moeten de borstveren de vleugelbogen bedekken.
De middellange hals moet vol en breed uit de schouders komen en mooi gelijkmatig verlopen naar een slanke bovenhals. Een strakke bevedering kan veel bijdragen aan die indruk van slankheid. Bij de overgang naar de kop is een scherpe keeluitsnijding beslissend voor een goed geproportioneerde kopbelijning. Nederlandse Schoonheidspostduif. met een z.g. volle keel lijken altijd te kort in de voorkop. De halsdracht verlangen we mooi verticaal, een denkbeeldige loodlijn uit het oog moet de schouderaanzet raken. Nederlandse Schoonheidspostduif met een vaste horizontale stand staan vrijwel altijd goed in balans en hebben automatisch de juiste halshouding. Duiven met een afhellende stand missen die balans en steken ter compensatie hun kop (resp. hals) naar voren.

Rug:
Bij de Nederlandse Schoonheidspostduif verlangen we een brede rug, breed bij de schouders maar ook de overgang naar de bovenstuit en de bovenstuit zelf moeten niet te smal zijn. Een zogenaamd zwak slot (slappe stuitbeentjes) gaat vaak samen met een te smalle bovenstuit. Bij het in de hand nemen is dat goed vast te stellen. Nederlandse Schoonheidspostduiven die aanvoelen alsof ze als het ware uit twee delen bestaan zijn voor fok en show onbruikbaar.

Staart:
De eis van een korte staart is, vooral bij doffers, vrijwel niet te realiseren. De vuistregel, dat de staart niet meer dan een duimbreedte langer mag zijn dan de slagpennen, kunnen we zelfs bij de duivinnen maar met moeite toepassen. Ook bij de postduiven is dit niet anders. De optische indruk van een lange achterpartij wordt meestal veroorzaakt door een te smalle borst. Smalle staartveren zijn ook altijd lange staartveren. Bij het samen- stellen van de fokparen moeten we daar rekening mee houden en selecteren op duiven met brede en korte staartveren.

Vleugels:
De vleugels van de Nederlandse Schoonheidspostduif moeten breed zijn, de rug volledig afdekken en met de slagpeneinden losjes op de staart rusten. In tegenstelling met de postduiven, waarbij de vorm en plaatsing van mantel- en slagpennen in verband met de aërodynamica vrij complex is, geldt bij de Nederlandse Schoonheidspostduif alleen de eis dat de pennen breed moeten zijn. Alle afwijkingen van de normale vleugeldracht, zoals een hangvleugel of onvoldoende rugdekking moeten streng bestraft worden.

Hangvleugel Nederlandse Schoonheidspostduif

Hangvleugel


Benen:
De standaardomschrijving van de beenlengte, middellang, is voor de Nederlandse Schoonheidspostduif exact juist en geeft precies aan wat we willen. Die gewenste beenlengte is vrijwel altijd aanwezig, de moeilijkheid schuilt in de stand van de benen. Licht gehoekt, waarbij het bovenste gedeelte van de dijbenen verborgen wordt door de buikbevedering, geeft ongeveer weer wat we als ideaal zien. Een gestrekte beenstand, waarbij het gewicht meer op de voorste tenen komt te rusten en de dijbenen helemaal zichtbaar worden doet de Nederlandse Schoonheidspostduif te houterig lijken. Een gedrukte houding komt ook wel voor. Indien die gedrukte houding veroorzaakt wordt doordat de kooien van boven afgedekt zijn, dan is een objectieve vergelijking niet mogelijk. Bij tentoonstellingen waar men door ruimtegebrek moet optoppen, zijn vooral de vormduiven, in de onderste kooien, sterk benadeeld. Het advies "daar moet je ze op trainen" heeft maar een beperkte waarde.

Deformaties aan de voeten, zoals ontbrekende nagels of zwemvliezen tussen de tenen, zijn uitsluitingsfouten. Stoppels aan de loopbenen ontsieren erg en moeten voor de show verwijderd worden.
Voorkomende fouten bij het type (lichaamsbouw)
   ·     te smal en/of te lang in achterpartij
   ·     te dikke hals (gaat vaak samen met een volle keel)
   ·     foutieve vleugeldracht
   ·     te vlak in borst
   ·     te hoge of te lage stelling (dit kan men beter als een afwijking van de ideale stand
         omschrijven)

Nederlandse Schoonheidspostduif  Niederländische Schönheitsbrieftaube Dutch Beauty Homer Beauté Néerlandais Homer Mijnduiven    
                                                                                               Standaard

Stand:
Een vaste horizontale stand, aan die eis wordt bij de Nederlandse Schoonheidspostduif geen enkele concessie gedaan. Een ieder weet wat we bij de Nederlandse Schoonheidspostduif met een horizontale stand bedoelen maar als we het moeten omschrijven gaat dat heel wat moeizamer. Bij een horizontale stand is de ruglijn nog licht afhellend, maar een denkbeeldige lijn vanuit het midden van de vleugelboog naar de staart moet evenwijdig met de bodem van de showkooi verlopen. Keurmeesters zijn altijd geïmponeerd door duiven die constant een vaste stand vertonen. Van geen enkele duif kan men
echter verwachten dat zij gedurende 24 uur per etmaal de door ons gewenste stand aanneemt. Een simpel aantikken met de keurstok of het even oplichten van het kooideurtje moet voldoende zijn om de Nederlandse Schoonheidspostduif in stelling te brengen. Duiven met een echt afhellende stand vallen meteen op, ondanks eventuele andere kwaliteiten is het predicaat G. voor hen het hoogst bereikbare.

Duiven die alsmaar door de kooi drentelen en/of duiven die zelfs met behulp van de keurstok maar met moeite de gevraagde horizontale stand vertonen, missen de vaste stand die bij dit ras wordt verlangd Voor de hoogste predicaten komen dergelijke duiven niet meer in aanmerking.
Bij die horizontale stand hoort natuurlijk de daarbij passende beenstelling, iets doorgedrukt in de hielgewrichten en een fraaie rechtop gedragen hals.

Voorkomende fouten bij de stand:
   .   afhellende stand
   .   een niet vaste stand
   .   een stand waarbij de benen te gestrekt zijn, waardoor ze te recht en houterig lijken

             Nederlandse Schoonheidspostduif mijnduiven                  Nederlandse Schoonheidspostduif mijnduiven   

                             Draagt vleugels naast de staart,                                    Te lang in achterpartij.
                                  daardoor niet afgedekte rug.



           Nederlandse Schoonheidspostduif mijnduiven                            Nederlandse Schoonheidspostduif mijnduiven
  
                                             Te weinig borst,                                              Afhellende stand,
                                              banden te kort.                                                banden te grof.


Kop:
De Nederlandse Schoonheidspostduif behoort niet alleen tot de vormduiven het is echter ook bij uitstek een z.g. kopras. Bij duiven behorende tot die groep wordt ieder foutje of afwijking van de ideale kopbelijning streng bestraft.

De omschrijving van de kopbelijning in de standaard is gedetailleerd en uitvoerig en luidt als volgt:
Een fraaie harmonische kopbelijning met behoorlijke voorhoofdslengte en zeer gematigde ronding van de kop. De voorhoofdslijn loopt van de snavelpunt tot de schedeltop, met het hoogste punt midden boven het oog en zonder de minste onderbreking in een fraaie ronding verlopend naar de nek. De voorkop is wigvormig en geheeld gevuld, zonder inzinking of kneep. Ook het overige deel van de kop is harmonisch gevuld. De kop wordt fier en horizontaal gedragen.

hoofd Nederlandse Schoonheidspostduif

Alle fokkers weten dat de gevraagde kopbelijning makkelijker bij duivinnen dan bij doffers te realiseren is. Doffers hebben van nature een kortere en rondere kop met meer schedelbreedte dan duivinnen. Toch moeten we er voor waken doffers met duivinnenkoppen te willen fokken. Reeds ondernomen pogingen in die richting hebben afdoende bewezen dat met het afnemen van het kopvolume ook de gewenste forsheid van het type verloren gaat.

Kopdracht, keeluitsnijding en achterkopbelijning kunnen we het beste beoordelen terwijl het dier in de kooi staat. Bij de beoordeling van de overige koppunten moeten we het in de hand nemen. Een Nederlandse Schoonheidspostduif met een fraaie kopbelijning heeft een behoorlijke lengte in de voorkop, die lengte wordt bepaald door de afstand tussen ooghoek en snavel, de snavel zelf mag hooguit middellang zijn.


Nederlandse Schoonheidspostduif mijnduiven

                                                                                Ideaal                                      Kneep

Bij het in profiel bekijken van de kopbelijning letten we op lengte in de voorkop en de snavelinplanting maar ook iedere onderbreking van die kopbelijning kunnen we duidelijk zien. Zo kennen we snaveldruk, wratdruk, voorhoofdsdruk enz. al naar gelang van de plaats waar de druk of onderbreking optreedt. De laatste jaren zien we in toenemende mate Nederlandse Schoonheidspostduiven met hoekige niet goed afgeronde achterkoppen. Omdat dit sterk vererft moet dit streng bestraft worden.

Nederlandse Schoonheidspostduif wratdruk  mijnduiven
Wratdruk

De vorm en structuur van de neuswratten tezamen met de wigvorm van voorkop en schedel bekijken we van bovenaf. De brug (dit is de wigvormige belijning die gevormd wordt door voorkop en schedel) moet wel vol maar niet overmatig breed zijn. Een te brede brug is meestal het gevolg van het infokken van Duitse Sch. Postduiven en doet rasvreemd aan. De meest voorkomende fout in de kopbelijning is wel de z.g. kneep (het voorkop- gedeelte onmiddellijk boven de wratten is dan zijdelings ingedeukt) Kneep komt vaak voor bij duiven met veel lengte in de voorkop. De fraaiste koppen zijn altijd een compromis tussen lengte en vulling. Bij jonge duiven kan men pas na het ruien van de laatste slagpen een goed gevulde voorkop verwachten.

                
               Nederlandse Schoonheidspostduif mijnduiven

                                  Ned. Schoonheidspostduif.                                                    Te korte voorkop.


                     Nederlandse Schoonheidspostduif mijnduiven              Nederlandse Schoonheidspostduif mijnduiven

                                             Te weinig achterkop.                                                   Laagzichtig, 
                                                                                                                        oogranden te grof.


                   Nederlandse Schoonheidspostduif mijnduiven               Nederlandse Schoonheidspostduif mijnduiven

                                            Snaveldruk.                                                                Spitse snavel.


                       Nederlandse Schoonheidspostduif mijnduiven          Nederlandse Schoonheidspostduif mijnduiven

                                            Voorkop te vlak.                                                   Wratdruk, te volle keel.


Neuswratten:
Bij de Nederlandse Schoonheidspostduif verlangen we zwak ingesneden hartvormige neuswratten met een zo fijn mogelijke structuur. Iedere verstoring van de kopbelijning door de neuswratten is foutief en moet bestraft worden. Duiven met te diep ingesneden wratten of wratten met een te grove structuur worden één à twee predicaten terug gezet.
  
 Nederlandse Schoonheidspostduif Wrat te diep ingesneden  mijnduiven   Nederlandse Schoonheidspostduif Wrat te grof van structuur  mijnduiven
Wrat te diep ingesneden                                                               Wrat te grof van structuur

Wrat te diep ingesneden 


Oogranden:

De ideale oogranden zijn zo fijn dat ze haast onzichtbaar zijn. Ook de vorm van de oogranden is erg belangrijk, oog met oogrand moet een volkomen ronde indruk geven. Op een ovale vorm moet een aanmerking gemaakt worden. Ook de veergroei rond de ogen moet geheel aansluiten. De kleur van de oogranden moet aangepast zijn aan de veerkleur. Bij duiven met de zwartfactor, zoals zwart, blauw zwartgeband, blauwzilver donkergeband en blauw gekrast wordt een licht grijze oogrand verlangd, bij wit, geel en rood moet de oogrand wit tot licht vleeskleurig zijn. Vooral bij de blauwen en blauwzilver kan men de hoogste eisen aan de oogranden stellen. Bij zwart en rood moet men in dit opzicht nog wat door de vingers zien.

 
Oogranden te grof

Snavelkleur:
Een zwarte snavel wordt verlangd bij zwart, blauw ongeband, blauw zwartgeband, blauw gekrast. Een hoornkleurige snavel wordt verlangd bij rood (dominant), geel (dominant) en rood- en geelzilver, bij de blauwzilver donkergeband en blauwzilver gekrast is een licht aangelopen bovensnavel normaal. Een lichte vleeskleurige snavel wordt verlangd bij de witten.
            
                                                                             Juiste snavelkeur bij blauw, roodzilver en wit
 

                                                               
                                                              Verkeerde snavelkeur bij (dominant) rood

Nagelkleur:
De nagelkleur moet in overeenstemming zijn met de snavelvelkleur, één of meer witte nagels bij een andere kleurslag dan wit of bont leidt tot uitsluiting.

Nederlandse Schoonheidspostduif één of meer witte nagels mijnduiven 
één of meer witte nagels


Oogkleur:
De standaard verlangt bij alle kleurslagen (behalve wit) een oranjerode iris. In de praktijk moeten we deze eis iets matigen, maar bij alle kleurslagen behorende tot de zwartfactor (groep) kunnen we een lichtend oranjerood oog verlangen. Een afwijkende oogkleur maar ook een hard gele of erg donkere oogkleur wordt als zware fout beschouwd.

  Nederlandse Schoonheidspostduif Goede oogkleur  mijnduiven Nederlandse Schoonheidspostduif Oogkleur te wit mijnduiven  Nederlandse Schoonheidspostduif Oogkleur te donker mijnduiven  Nederlandse Schoonheidspostduif Donker oog bij wit mijnduiven
                  Goede oogkleur                          Oogkleur te wit                          Oogkleur te donker                          Donker oog bij wit

Veerkleuren:
De Ned.sch.postduiven behoren niet tot de kleurduiven en vooral het z.g. postduiven rood en geel is nooit zo diep en glanzend als de overeenkomstige sierduiven kleur. Bij rood en geel is de kleur van de slagpennen lichter dan de schildkleur, gekleurde binnenvanen zijn toegestaan. Bij de gebande kleurslagen wordt een egale en schone schildkleur verlangd, met smalle intensief gekleurde banden zonder roest of peper. Een witte rug bij blauw ongeband, blauw zwartgeband en blauw gekrast wordt met één predicaat aftrek bestraft. Donkergezoomd is niet erkend, blauw, blauwzilver, blauw gekrast en donker wel, ook deze kleurslagen mogen geen roest in de schilden vertonen.


 Nederlandse Schoonheidspostduif Roest in banden mijnduiven  Nederlandse Schoonheidspostduif Schildkleur te gewolkt mijnduiven
                                         Roest in banden                                                                              Schildkleur te gewolkt


Nederlandse Schoonheidspostduif  Niederländische Schönheitsbrieftaube Dutch Beauty Homer Beauté Néerlandais Homer Mijnduiven
Een Okerkleurige borst bij blauwzilver is ook niet gewenst.



Niederländische Schönheitsbrieftaube
Dutch Beauty Homer
Voyageur de Beauté Néerlandais
Viaggiatore olandese da esposizione

 

Top