Stamvorming (inteelt en lijnteelt) 

Duivenfokkers hebben het nogal eens over een bepaalde stam. Men zegt dan  dat een dier aangekocht werd van een fokker die een goede stam heeft van een bepaald ras. Het zal zelden voor komen dat een duivenfokker en vooral een fokker van de Nederlandse Schoonheids-postduiven, werkelijk kan bogen op een zuivere stam ook al zou men het begrip stam niet al te streng opvatten. De meeste fokkers hebben de gewoonte om regelmatig zogenaamd vreemd bloed in te fokken. Als men het stambegrip wat ruimer opvat en slechts als eis stelt dat nakomelingen afkomstig moeten zijn ven één paar ouderdieren die ten aanzien van enige belangrijke eigenschappen homozygoot (fokzuiver) zijn dan vallen de grenzen binnen het praktisch bereikbare. Het doel dat men met stamvorming beoogt, een aantal dieren te krijgen die fokzuiver zijn voor verschillende goede eigenschappen, kan dan worden bereikt. Met een doffer en een duivin waarvan men redelijkerwijs kan verwachten dat zij zuiver zijn voor die eigenschappen  kan men tot stamvorming overgaan. Men kan ook beginnen met enkele dieren die op uiterlijk zijn uitgezocht en op tentoonstellingen hoog bekroond werden. Van zulke dieren weet men niet of zij zuiver zijn voor de goede eigenschappen die zij tonen. Met stamvorming kan men dan pas beginnen zodra men zuivere jongen heeft verkregen. Met zuiver wordt bedoeld de goede kleur ogen, de juiste nagelkleur en niet te vergeten de juiste kopbelijning. Stel dat A een goede factor is en a een verkeerde. Dan kan men alleen de aa dieren voor de fok uitsluiten. Deze zijn uiterlijk herkenbaar. Doch een Aa dier heeft de zelfde uiterlijke verschijningsvorm  als een AA dier. Het Aa dier is echter herozygoot (fokonzuiver). De verkeerde factor is hierbij dus niet waar te nemen terwijl deze wel aanwezig is. Fokt men met een ouderpaar waarvan de ene fokzuiver is (dus Aa) en de andere fokonzuiver (dus Aa) dan zal men door steeds de jongen terug te paren aan de ouderdieren binnen enkele jaren de verkeerde a factor weg kunnen fokken.

De F-1 jongen van deze paring zullen voor de helft AA zijn en voor de helft Aa. Nemen we hiervan weer een duivin die we terug paren aan de vader dan zullen de A-duivinnen uitsluitend AA dieren geven en de Aa duivinnen zullen voor de helft AA dieren geven en voor de helft Aa dieren. Paren we deze dieren weer aan de grootvader dan wordt het aantal AA dieren dat men fokt steeds groter dan het aantal Aa dieren. In een schema kunnen we dit als volgt weergeven:

F          AA x Aa
F1        1AA + 1Aa                                      50%    Aa
F2        2AA + 1AA en 1Aa                         25%    Aa
F3        2AA + 2AA en A11 en 1Aa             12,5% Aa

Langzamerhand wordt op deze manier dus de ongewenste eigenschap a helemaal weggefokt. Zou men uitgegaan zijn van twee onzuivere dieren Aa en Aa dan was dit direct gebleken omdat in het nest aa dieren worden aangetroffen. Dit is meteen herkenbaar. Voor één eigenschap is het dus betrekkelijk makkelijk een zuivere stam te fokken. Voor meerdere eigenschappen is dit omslachtiger maar het principe blijft hetzelfde. Bij terugparingen aan één van de ouders of grootouders spreekt men over halfbloed, driekwart bloed etc. Ook bij het kruisen van rassen waarvan de F1 jongen en later de F2 jongen teruggepaard worden aan het ene ras dan zegt men wel eens dat het gewenste ras half, 3/4 of 7/8 is verkregen. Deze opvatting is niet juist. Ten eerste heeft een paring niets te maken met het bloed maar ook al zou men in deze gevallen de uitdrukking bloed opvatten als totaal van eigenschappen dan nog is het niet helemaal juist. Paren we de Aa jongen terug aan de ouder Aa dan krijgen we daaruit half AA en half Aa jongen. De helft van de jongen is voor A even zuiver als de ouder. Onder inteelt wordt verstaan de paring van dieren die onderling verwant zijn. Tot hoever die verwantschap zich kan uitstrekken is niet aan te geven. Men spreekt van scherpe inteelt wanneer er een nauwe verwantschap bestaat zoals bijvoorbeeld tussen broer en zus. De verhouding tussen ouders en kinderen en grootouder en kleinkinderen is ook scherpe inteelt maar niet zo scherp als bij broer en zus. De verwantschap tussen neef en nicht (kinderen van twee volle broers of zussen) rekent men ook tot scherpe inteelt hoewel niet zo scherp als tussen broer en zus. Hoe verder de verwantschap tussen de ouders is hoe minder nauw de inteelt. Voor veel fokkers is het fokken met toepassing van inteelt een waar schrikbeeld. De bezwaren hier tegen wegen bij veel fokkers zwaar. Bezwaren kunnen zijn:

  • door inteelt komen vaak fouten naar buiten die men niet zo vaak aantreft bij onverwante teelt of kruisingen van rassen
  • de lichaamsgrootte zou door inteelt ongunstig beïnvloedt worden evenals de algemene vitaliteit en de vruchtbaarheid. 

Waarschijnlijk zijn er nog meer bezwaren.

Er is veel onderzoek gedaan om de gevolgen van inteelt vast te stellen. Juist de wenselijkheid van steeds herhaalde proeven is al een bewijs dat het niet vaststaat dat inteelt leidt tot verzwakking. Om duidelijkheid te verkrijgen zijn maar weinig onderzoeken nodig. Door inteelt wordt een toename van homozygotie verkregen en dit geldt voor zowel de goede als de ongewenste eigenschappen. Zo kunnen er dan ook nakomelingen zij zijn die degeneratieve verschijnselen tonen. Als men zulke ongewenst exemplaren voor de fok uitsluit, zullen de overige dieren steeds zuiverder worden voor alle goede eigenschappen.

Er zijn talrijke voorbeelden in de natuur waarbij voortgezette scherpe inteelt geen nadelige gevolgen heeft gehad. De zwakke en zieke dieren verdwijnen in de natuur. Zo zijn er landen waarvan men zeker weet dat een diersoort die op dit moment in grote getale voor komt, van slechts enkele ingevoerde dieren afstamt. De meeste rassen van groot en klein vee en ook van andere dieren, zijn door inteelt vastgelegd en vermeerderd. Meermalen zijn hieruit nakomelingen verkregen die krachtiger en vruchtbaarder waren dan de oorspronkelijke ouderdieren. Sommigen menen dat juist de homozygotie de dieren zwakker maakt en dat sterke, vruchtbare dieren heterozygoot moeten zijn. Dit is niet juist gebleken. In veel gevallen is wel waargenomen bij planten en dieren die door kruising van verschillende rassen waren verkregen dat de groei veel krachtiger was dan die van de ouders die tot de meer zuivere rassen behoorden. In zulke gevallen spreekt men van “luxureren van bastaarden”  of van heterosis.  Er zijn verschillende verklaringen gegeven voor het verschijnsel heterosis. Dit is als een bewijs dat men hier nog geen zekerheid over heeft. Sommigen menen dat het hetrozygoot zijn voor vele eigenschappen de groeikracht bevorderd. Onderzoekers menen dat door combinatie van bepaalde genen invloed wordt uitgeoefend op de groeikracht. In enkele gevallen is inderdaad door nauwkeurige analyse vastgesteld dat heterosis aan bepaalde genen combinaties kan worden toegeschreven. De fok van rasdieren kan echter nooit bevorderd worden door bastaardteelt en zelfs het steeds paren van onverwante dieren van het zelfde ras en de zelfde kleur kan niet leiden tot zuivere stamvorming. Omtrent de zuiverheid van verschillende eigenschappen heeft men geen zekerheid. De praktijk heeft uitgewezen dat lijnteelt, waarbij een zekere mate van inteelt wordt toegepast en die gepaard gaat met een strenge selectie doordat alle dieren met ongewenste eigenschappen voor de fok worden uitgesloten, de enige en goede weg is om een stam te krijgen. Een stam die zuiver is voor vele goede eigenschappen.

Bij veel grootvee en ook bij vele andere huisdieren wordt het stelsel van lijnteelt met veel succes toegepast. Ook onder de duivenfokkers zijn er die op deze manier goede resultaten hebben verkregen. De bedoeling van lijnteelt is om door terugparing aan bepaalde dieren zo veel mogelijk de goede eigenschappen van het dier in de nakomelingen vast te leggen waarbij de eventuele ongewenste eigenschappen in de nafok worden uitgeschakeld. Dit is natuurlijk eenvoudiger gezegd dan gedaan. Het is zelfs heel moeilijk als we slechts denken aan de mogelijke aanwezigheid van kryptomere en polymere factoren. Als we kunnen bereiken dat de stamdieren zuiver zijn voor enkele van de voornaamste goede eigenschappen dan is dit al een belangrijke vooruitgang.


 


Top